Een volledige filosofie bekrachtigt oneindigheid in al haar vormen.1 Ook de ontkenning van oneindigheid is een ervaring erbinnen: geldig als keuze, maar geen grens aan het geheel. Vrije wil bestaat, want het ontbreken ervan impliceert eindigheid.
Voorwoord
Deze filosofie beschrijft hoe manifestaties binnen bewustzijn ontstaan en betoogt dat vrije wil inherent is aan bewustzijn. Uitgangspunt is de eigen ervaring: het enige dat rechtstreeks zeker is.2
Deze tekst biedt een korte uitleg. De praktische toepassing is uitgewerkt in Het bevrijden van de wil.
De filosofie van oneindigheid
In den beginne?
Of we ons bestaan verklaren vanuit de oerknaltheorie, mystieke wijsheid of een of meer goden, steeds lijkt de oorsprong vergelijkbaar: wij komen schijnbaar voort uit iets dat niet door ruimte en tijd wordt begrensd. Als ruimtetijd zelf ontstaat, kunnen we haar oorsprong niet beschrijven als een plaats, verleden of toekomst.3 Iets was dus niet altijd al ergens. Iets is.4
Al dat is
Oneindigheid is geen eindeloze hoeveelheid ruimte of tijd, maar het onvoorwaardelijke geheel waarin ruimte en tijd ontstaan. Ze heeft geen begin of einde; niets staat erbuiten. Alles wat ontstaat, is er per definitie onlosmakelijk mee verbonden. Fundamenteel zijn al haar verschijningsvormen van dezelfde aard: het geheel zelf, van binnenuit. Wij ontwaren onszelf dan ook in een onmetelijk heelal en bezitten een eindeloos voorstellingsvermogen.5 Vrije wil volgt uit oneindigheid: wat onvoorwaardelijk is, wordt door niets bepaald,6 en wat van dezelfde aard is, wordt evenmin bepaald.7
Orde uit chaos
In ons universum ontdekken we overal patronen en structuur. In sterrenstelsels, ecosystemen en atomen herkennen we samenhang en stabiliteit. Dat we niet begrijpen hoe dit alles uit chaos ontstaat, maakt het nog geen toeval. Omdat er niets buiten het geheel bestaat, kan orde alleen zelforganisatie zijn. Zelforganisatie veronderstelt responsiviteit: het vermogen om op omstandigheden te reageren. Responsiviteit is een elementaire vorm van gewaarwording, en gewaarwording een expressie van bewustzijn.8 Wat zich herhaalt, krijgt meer gewicht: zo worden patronen stabiel zonder vast te liggen.
Wil
Door interactie in het moment krijgt potentie vorm in een keuze.9 Alle manifestaties zijn uniek, hebben dezelfde intrinsieke waarde en dragen van nature bij aan het geheel.10 De intentie tot vervulling is de natuurlijke drijfkracht achter iedere keuze.11 Bij ons vertaalt die intentie zich in het vrij uiten van inspiratie. Begrenzing is een gekozen ervaring binnen een onbegrensd scala aan mogelijkheden. Zonder haar verschijnt er niets. Wat gekozen is, kan anders worden gekozen.12
Twaalf stellingen
Samen vormen ze de volledige filosofie. De tekst hierboven licht de gedachtegang toe; De verdieping werkt de onderlinge verbanden verder uit.
- De eigen ervaring is het enige dat rechtstreeks zeker is; iedere beschrijving, ook deze filosofie, is een vertaling binnen bewustzijn.
- Het bestaan impliceert oneindigheid, het onvoorwaardelijke geheel: niets staat erbuiten en niets begrenst het mogelijke.
- Alles is bewustzijn; de manifestaties ervan zijn onderling verbonden en fundamenteel van dezelfde aard: het geheel zelf, van binnenuit.
- Ruimtetijd is een manifestatie van bewustzijn; causaliteit is een mogelijke ordening van ervaring.
- Potentie is reëel; creatie is emergent: door interactie in het moment krijgt potentie vorm.
- Iedere manifestatie is de expressie van een keuze; wat gekozen is, kan anders worden gekozen.
- Wat herhaald wordt, krijgt meer gewicht; zo ontstaat stabiliteit, zonder dat de keuze vastligt.
- Vrije wil is inherent aan bewustzijn en komt tot uitdrukking in spontane zelforganisatie.
- Iedere manifestatie is soeverein en aan niets ondergeschikt: wat kiest, is het geheel zelf, vanuit één gezichtspunt.
- Alle manifestaties zijn uniek en intrinsiek gelijkwaardig; dat maakt ze niet even wenselijk of onschadelijk.
- De intentie tot vervulling — het tot uitdrukking komen van de eigen aard — is de natuurlijke drijfkracht achter iedere keuze; bewustzijn uit zich in een voortdurende verruiming van gewaarwording.
- Ook begrenzing is een gekozen expressie van vrije wil; zonder haar verschijnt er niets.
- Volledig wil zeggen: zonder verborgen grens. Iedere ontkenning van oneindigheid stelt ergens een voorwaarde. Helpt die iets te begrijpen, of houdt ze alleen een overtuiging overeind? Dat laatste heet hier een complicatie. Uitgewerkt in De verdieping: De taal.↩︎
- Deze filosofie is gebaseerd op persoonlijke bevindingen en gechanneld materiaal, waaronder het Elias-materiaal op EliasWeb en Elias Forum, en dat van Abraham Hicks en Bashar. De persoonlijke bevindingen komen voort uit de ervaring die is beschreven in De realisatie van een buitengewoon zelfbeeld. De filosofie zelf is niet ontleend aan de filosofische traditie. Verwantschap werd achteraf herkend, onder meer met Whiteheads procesfilosofie, het Kasjmiers shaivisme, het radicaal empirisme van William James, de natuurwetten als gegroeide gewoonten van Peirce, en Lucretius’ clinamen in de herlezing van Michel Serres (vrijheid als spontane afwijking). Dezelfde verwantschap geldt voor hedendaagse stromingen als panpsychisme en analytisch idealisme.↩︎
- Zie NASA, ‘What is the Universe?’. De oerknal is daarbij geen explosie binnen reeds bestaande ruimte: ruimte en tijd maken deel uit van het beschreven heelal. De gevolgtrekking over de oorsprong is filosofisch. Een hier dat nergens ligt, een nu zonder eerder — De verdieping: De droom. Waar de natuurkunde rijmt: De donkere kamer.↩︎
- De zin staat in de tegenwoordige tijd: de oorsprong ligt niet achter ons, ze is nu. Kiezen en veranderen gebeuren daarom nergens anders dan nu. Uitgewerkt in De verdieping: De tijd.↩︎
- Een verhaal, een dagdroom, een plan: wat we ons kunnen voorstellen, is hier een ervaarbare uitdrukking van potentie. Het mogelijke is er al voordat een keuze er iets van werkelijk maakt. De verbeelding neemt het waar, zoals ogen en oren waarnemen wat al werkelijk is geworden. Uitgewerkt in De verdieping: De droom.↩︎
- Een vastliggend verloop veronderstelt causaliteit. Causaliteit kan ervaringen binnen het geheel ordenen zonder dat daarmee het geheel zelf vastligt; niets erbuiten kan het bepalen. Uitgewerkt in De verdieping: De afwijking.↩︎
- Anders dan in een necessitaristische lezing van Spinoza, waarin alles noodzakelijk uit de goddelijke natuur volgt, is oneindigheid hier een oneindigheid van het mogelijke: potentie is reëel en keuze actualiseert. Uitgewerkt in De verdieping: De noodzaak.↩︎
- Zelforganisatie is een gangbaar wetenschappelijk begrip. De gevolgtrekking van responsiviteit naar gewaarwording en bewustzijn is filosofisch en geen algemeen aanvaarde wetenschappelijke conclusie. Zie zelforganisatie en Theise en Kafatos, ‘Fundamental awareness: A framework for integrating science, philosophy and metaphysics’. Bewustzijn is hier het uitgangspunt en niet de stof: ook de stof wordt alleen in bewustzijn gekend. Van binnenuit bekeken in De vertaler.↩︎
- Wat kiest, is geen deel van het geheel maar het geheel zelf, vanuit één gezichtspunt.↩︎
- Er zijn geen betere keuzes. Iedere keuze ontstaat vanuit het geheel en draagt het daarom in zich: daarin ligt de gelijke waarde van alle manifestaties. Dat manifestaties intrinsiek gelijkwaardig zijn, betekent niet dat ze even wenselijk, heilzaam of onschadelijk zijn. Uitgewerkt in De verdieping: Het rotsblok.↩︎
- Vervulling is hier geen einddoel maar een richting: het voortdurend tot uitdrukking komen van de eigen aard. Die aard is bewustzijn, en vervulling dus een voortdurende verruiming van gewaarwording. Zo leert het geheel zichzelf kennen, van binnenuit.↩︎
- Gekozen is geen verwijt; veel keuzes worden niet als keuze herkend. Deze zin is vooropgesteld in De donkere kamer, die de begrenzing van de andere kant bekijkt. Zie De theorie van bewust kiezen voor de dynamiek van kiezen en Het bevrijden van de wil voor de praktische toepassing ervan.↩︎
